In het tweede hoofdstuk bekijken we hoe het 3D-model ook als fysiek model kan werken.
 ​
1. Werk op de juiste schaal:

Dit is de eerste stap. Het klinkt evident, maar wordt vaak vergeten: verschaal je 3D-model zo snel mogelijk in het process naar de schaal van de maquette, anders wordt het moeilijk er fouten uit te halen!




2. Denk aan de bounding box

3D-printers hebben een maximale grootte (typisch 200x200x200mm). Check deze grootte vroeg in het proces! Als je grotere maquettes wil printen, moet je ze in delen opsplitsen. Let op, het is in de praktijk vaak niet mogelijk om tot op de grens te gaan, een beetje marge is nodig.



3. Denk aan minimale afmetingen.

Je kan een 3D-model niet oneindig fijn maken omwille van de precisie van de machine, maar bovenal omwille van de stevigheid van het materiaal. Let er ook op dat je bij het verwijderen van support material een beetje kracht moet zetten en je daarbij makkelijk nabij gelegen fijne delen kan beschadigen!

Een paar typische minimale diktes:

  • Wanden: 1 à 3mm, afhankelijk of ze “stabiel” staan of niet (dwarsgesteund, aan vloer en plafond verbonden of enkel aan vloer, etc.)
  • Wires (kolommen, raamkaders, etc.): 2 à 3mm, opnieuw afhankelijk van de situatie en de nabijheid van support material
  • Embossed detail (niches, dieptes in gevels, etc.): 0.3 à 1mm


Dus… is het vaak nodig om kunstmatig elementen te verdikken om ze te kunnen printen! Een raamkader van 70mm zal op 1/100 of zelfs 1/50 te dun uitvallen. In onze voorbeelden zijn raamkaders vaak twee keer zo dik als in realiteit (en nee, geen zorgen, dit merk je niet op een maquette). ​


Beoordeling
0 0

Er zijn momenteel geen reacties.

om als eerste een reactie achter te laten.